Varen bij slecht zicht

Het is zaterdag 18 februari om kwart voor negen als onze acht het water op gaat. Weliswaar is het zicht geen 500 meter, maar – ik ben nu eenmaal een optimist – de gedachte heerst dat de mist wel optrekt met het verstrijken van de tijd.

Helaas, het wordt alleen maar slechter naarmate we de brug over de A-16 naderen. Op de terugweg vraagt onze stuurvrouw aan de boeg om regelmatig om te kijken. Omdat we enkele keren langzamer varende boten inhalen, houden we niet strak de stuurboordwal. Op het moment dat een binnenschip in de bocht bij kilometerpaal 6.6 opdoemt, varen we gelukkig keurig aan de kant. Op het vlot aangekomen blijkt dat bestuursleden Wim Möhlmann en Willem-Jan van Amersfoort de beslissing hebben genomen een vaarverbod in te stellen. Het wordt druk in de sociëteit.
In de kleedkamer sta ik over het vaarverbod te praten met een oud-bestuurslid en zeer ervaren skiffeur. Hij meent dat het allemaal reuze meevalt. Zolang je immers keurig aan stuurbordwal vaart is er niets aan de hand, want zoveel zicht naar achteren heb je als skiffeur toch al niet. Ik breng daar tegenin dat een acht nu eenmaal meer ruimte nodig heeft, vaker inhaalt en minder vlot op het roer reageert dan een skiffeur die met zijn riemen van koers kan veranderen. Later schiet mij te binnen dat dit des te meer geldt voor een ongestuurde vier. Een deel van onze ploeg was nog wel van plan geweest om dat nummer te varen, ware het niet dat een vierde roeier ontbrak. Hun alternatief, de gestuurde boord C-2, was veel veiliger.
Het is dus nogal afhankelijk van het boottype hoe veilig je bij slecht zicht roeit. Het ongeval met de Carboneria jl oktober was immers een les hoe snel roeien in de ‘comfort zone’ kan omslaan in een ‘hair raising experience’. Mijn aanname van ‘hij trekt op die mist (optiemist)’ verdient dan ook een behandeling op de pijnbank. Vanuit het oogpunt van het bestuur kun je moeilijk anders verwachten dan dat een vaarverbod voor allen geldt. Dat druist misschien in tegen gangbaar beleid omtrent dispensaties voor skiffeurs in de winter en het uitgangspunt dat roeiers in principe zelf verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Mocht echter onverhoopt ooit een ongeval voor de rechter komen, dan zal de eerste vraag toch zijn: wat heeft u als bestuur gedaan om het ongeval te voorkomen?
Kortom, als het zicht minder is dan 500 meter, dan geldt een vaarverbod. Hoe kun je die afstand goed inschatten? Kijk in de richting Breda, dan zie je ter hoogte van de draaikom op de rechteroever twee verkeersborden staan. Dat is het zicht dat je nodig hebt!