Over roeien bij slecht zicht

Eind december ging mijn ploeg roeien, althans dat waren we van plan. Op de weg ging het nog wel – luchtwervelingen van het verkeer en motortemperaturen maken het zicht al snel redelijk.

 

500 meter zicht verplicht

Vanaf het vlot was het zicht misschien 150 meter, dus ver beneden de vereiste 500 meter. Toch zagen we twee skiffs voorbij varen, met ervaren roeiers, dat wel. En beide werden geëscorteerd door een motorboot met de goede kant uitkijkende coaches. Op zich in mijn ogen wel verantwoord, maar een minder goed voorbeeld voor anderen en hier en daar aanleiding tot gemor. Hoe serieus immers moet je een vaarverbod nemen? Heeft dat dan geen absolute werking?
Hoe groot is de kans dat je een aanvaring veroorzaakt bij slecht zicht? Of dat een ander tegen jou opknalt? Niet zo groot, mits je je eigen wal houdt en regelmatig over je rechterschouder kijkt (over je linkerschouder kijk je toch wel). Er is immers weinig vrachtverkeer in de winter en bijna geen recreatieverkeer. Je waant je dus al gauw veilig.

Naast materiele schade liep het deze keer goed af

Toch zal een zeer ervaren ongestuurde damesvier met weinig plezier terugdenken aan een ongeval dat hen eind oktober j.l. in de mist overkwam. Ik zeg met opzet ‘ongeval’: er was weliswaar gelukkig geen letsel maar wel aanzienlijke materieelschade. Wat was het geval? Een richting spoorbrug varend binnenvaartschip sneed de bocht tussen paal 4.6 en 4.8 enigszins af, terwijl de vier (op de terugweg) meer naar het midden van het vaarwater neigde, in elk geval niet strak aan de kant voer. De boeg zag noch hoorde het schip, maar de schipper zag de vier wel. Hij sloeg even vol achteruit, toeterde, maar het schip had nog vaart. Daarna was een aanvaring onafwendbaar: de Carboneria botste tegen de voorplecht en draaide overdwars. De boegpartij had zoveel schade opgelopen dat de dames strijkend naar het vlot zijn geroeid. De boot (waarde ca €5000) moest worden afgeschreven.
Waardoor ontstond het ongeval? In de eerste plaats brengt roeien bij slecht zicht risico’s met zich mee. De vier was vertrokken bij een zicht van ca. 100 meter, maar bij terugroeien was dit teruggelopen tot zo’n 50 meter. Wat betekent dat voor de reactietijd die ja als boeg hebt? Stel dat het binnenschip 5 km/u voer en de roeiploeg 12 km/u, dan heb je nog 11 seconden reactietijd bij het in zicht komen. Ten tweede hoeveel manoeuvreerruimte heb je? De Mark is ter plaatse 53 meter breed. Als het schip 1,5 keer zijn breedte (8,5m) uit het midden had gevaren (het is waarschijnlijk minder geweest), dan was er tussen wal en schip nog 16 meter over. De Carboneria is 6,8m, dus resteerde er minimaal 9,2m (deels ongebruikt) vrij water. Deze twee factoren zijn de oorzaken van het ongeval.

Waardoor het redelijk goed af liep.

Het had veel erger kunnen zijn, maar nu de geluksfactoren. Ten eerste was het schip beladen. De schipper heeft dan een kleinere dode hoek dan in onbeladen toestand en krijgt jou eerder in zicht. Bovendien is de kans groot dat de vier in dat geval onder het schip was gezogen. Als de roeiers tijdig los komen van de boot is dat in principe geen probleem, maar nu zat de ‘heelstring’ van de slag niet vast en dan heb je als roeier een verminderde kans van de boot los te komen en te overleven. Dit was dus de tweede geluksfactor. Als derde kunnen we zeggen dat, toen het ongeval eenmaal onafwendbaar was, zowel de schipper als de ploeg juist hebben gehandeld. De schipper heeft zelfs een materieelrisico gelopen door de motor te belasten met volle terugslag.
Wat kunnen we van het ongeval leren? Je leert altijd het meest van je eigen fouten, maar het is handiger van andermans fouten te leren. Hierbij het rijtje:

  • Wees bedacht op teruglopend zicht. Ga niet roeien bij een zicht van minder dan 500 meter.
  • Blijf strak aan de wal roeien en kijk regelmatig zowel over je linker- als over je rechterschouder.
  • Controleer je boot vooraf op veiligheid (heelstrings, luchtkamers, roer enz.)
  • Als je meent dat je boeg niet strak genoeg aan de wal stuurt, zeg er dan wat van.
  • Denk niet dat je wel op tijd een binnenschip hoort naderen, de nieuwe generatie is fluisterstil.

Zichtnorm 500 meter

Nu nog even iets over de zichtnorm. Ten onrechte hanteerden we bij de vereniging tot dit ongeval de norm van 100 meter en daarbij zeiden we ‘overkant van de Mark zichtbaar’. Dat is maar een afstand van 60 meter, dus op zich al te weinig. Echter, de norm voor alle recreatievaart is 500 meter, dus ook voor roeien. En wat ons betreft heeft deze norm ABSOLUTE geldigheid.